Ons werk vergt
inlevingsvermogen
en doortastendheid

Cursusinhoud en leerstof 8

Cursus 8, dag 1

Inleiding

In de dermatologie hebben we vaak te maken met huidmanifestaties van interne aandoeningen. Velen van deze zijn immunologisch van aard. Dit is niet verwonderlijk aangezien de huid zelf een immunocompetent orgaan is. Ten aanzien van de diagnostiek kan een aanvullend immuunserologisch onderzoek uitkomst bieden. Bij andere niet-immuungemedieerde interne aandoeningen kunnen eveneens in de huid symptomen optreden die specifiek kunnen zijn voor de onderliggende interne aandoening, zoals necrobiosis lipoidica bij diabetes mellitus of purpura bij vasculitis. Dermatologen spelen dus een belangrijke signalerende rol bij huidmanifestaties van verscheidene interne ziekten.

Leerstof / literatuur

Bolognia 3rd edition, 2012 hoofdstukken 4, 40, 41, 42, 43, 45 en 53.

Huiswerkopdracht

Leerstof bestuderen.

Leerdoelen

  1. Kennis hebben van de basis Immunologie.
  2. Huidmanifestaties kunnen optreden die duidelijk gerelateerd zijn aan bepaalde veelal immunologische interne aandoeningen.
  3. Immuunserologisch onderzoek is nuttig bij de diagnostiek van immunologische interne aandoeningen.
  4. In de huid treden vaak verschijnselen op die gerelateerd kunnen worden aan andere niet immuun gemedieerde aandoeningen.

Docenten (onder voorbehoud).

  • prof. dr. Elke de Jong (Radboud UMC)
  • prof. dr. Maarten Vermeer (LUMC)
  • dr. Marco Schreurs (Klinische Immunologie, Erasmus MC)
  • dr. Marcus Starink (AMC)
  • dr. Koos Sanders (UMCU)
  • drs. Deepak Balak (UMCU)
  • dr. Hok Bing Thio (Erasmus MC)
  • prof. dr. Aart Jan van der Lely (Erasmus MC)
  • dr. Satish Lubeek (Radboud UMC)
  • dr. Tamar Nijsten (Erasmus MC)
  • prof. dr. Thomas Rustemeyer (VUMC).

Cursus 8, dag 2

Inleiding

Het aantal patiënten met een niet-melanoom huidkanker neemt volgend recente publicaties snel toe,   en legt in toenemende mate beslag op tijd en middelen, die de dermatoloog ter beschikking staan. Kennis van de risicofactoren, de onderliggende pathogenetische mechanismen, alsmede van recent verschenen richtlijnen voor het basaalcelcarcinoom, het plaveiselcelcarcinoom en actinische keratosen zijn onontbeerlijk bij de preventie en behandeling van deze vaak voorkomende aandoeningen. Bij de meer zeldzame vormen van huidkanker speelt de dermatoloog eveneens een belangrijke rol, zowel bij de diagnostiek, als bij het vaak multidisciplinaire overleg over de behandeling.

Leerstof / literatuur en voor te bereiden huiswerk

Bolognia (3e druk), hoofdstukken 107, 108, 114, 115, 116, 119, 120, 128, 129, 135, 139.
Richtlijn Basaalcelcarcinoom, Richtlijn Plaveiselcelcarcinoom, Richtlijn Actinische keratose.

Leerdoelen cursus dermato-oncologie

  1. Kennis van de epidemiologie, de risicofactoren en van recente inzichten in de pathogenese van het basaalcarcinoom (BCC), actinische keratosen en plaveiselcelcarcinoom (PCC) van de huid.
  2. Kennis van de verschillende behandelingsmogelijkheden voor het BCC en PCC en weten wanneer deze toe te passen. Werken volgens de Richtlijnen BCC en PCC, daarvan slechts gemotiveerd afwijken en het belang inzien van multidisciplinair overleg.
  3. Kennis van de belangrijkste typen cutane lymfomen, en van de rol van de dermatoloog bij multidisciplinair overleg met de patholoog (diagnostiek) en hematoloog (al dan niet stageren).
  4. Kennis van de klinische presentatie en behandeling van een aantal zeldzame maligne huidtumoren, waaronder het Kaposi sarcoom, het angiosarcoom, Merkelcel tumor, het atypisch fibroxanthoom en het dermatofibrosarcoma protuberans.

Docenten

  • J.N. Bouwes Bavinck (LUMC)
  • dr. R. van Doorn (LUMC)
  • dr. F.R. de Gruijl (LUMC)
  • dr. M. van Hezewijk (Radiotherapiegroep Arnhem)
  • dr. N.W.J. Kelleners-Smeets (MUMC)
  • dr. J. Terra (UMCG)
  • prof.dr. M.H. Vermeer (LUMC)